Hij – reeks korte verhalen

In 2006 begon ik met het posten van korte verhaaltjes op de website Korteverhalen.nl Daar heb ik ook deze reeks geplaatst over huiselijk geweldt. Zonder enig aanpassing gooi ik heb hier dan ook online. Hoe ik er ooit op ben gekomen als 14 jarige is voor mij nog een raadsel. Verder zit er geen duidelijk einde aan het verhaal, ik heb absoluut niet de intentie om deze er nog aan te breien.

Flessen in mijn hand. Naar het aanrecht. De drank gaat door de goot.
De flessen in de bak.
Rennend naar boven. me verstoppen onder de dekens.
Dan hoor ik sleutels in de deur. Daar is hij.
De koelkast gaat open. Licht gevloek. Prullenbak open. Luid gevloek.
Stampende voetstappen die omhoog stuiven.
De deur van onze slaapkamer zwaait open.
Deken wordt van me af getrokken.
Weer de vraag waarom ik het nou weer gedaan heb.
Ik word uit het bed getrokken.
Arm omhoog, Omlaag en weer omhoog.
Stekende pijn in m’n kaak.
Altijd die vuist,
Soms een klap na,
Nooit de kracht om terug te vechten.Ik moet weg.

 

Onrustig kijk ik naar de klok
Ik denk aan de uren die zich hiervoor hebben afgespeeld,
Heb ik het echt gedaan? Heb ik echt zijn koffer buiten neergezet?
De man die op zijn knieën bij mijn deur zit mompelt wat.
Ik pak het geld wat ik hem verschuldigd ben.
Hij vraagt of ik ze wil houden of dat hij ze mee moet nemen.
Neem mee, dat is verleden tijd.
Ik draai de deur dicht met de nieuwe sleutels, de sleutels die hij niet heeft.
Ik ga naar de kamer en kijk naar de klok. Langzaam tikken de secondes weg.
Ik spring overeind zodra ik een auto hoor remmen, zijn auto.
Ik ren snel naar de hal en sluit me op in de wc en luister naar zijn voetstappen die dichterbij komen.
Ik hoor zijn stem hardop afvragen wat zijn koffer buiten doet.
Ik hoor hem rommelen aan het slot. Hij tikt op de houten deur, hij heeft in de gaten dat hij niet meer de goede sleutel heeft.
De bel gaat, ik blijf waar ik ben, hij gaat maar weg.
Zachtjes zing ik het liedje wat mijn moeder vroeger voor me zong. Maar in mijn hoofd klonk het als harde woorden in een kinderlijke melodie.
Na tien minuten bellen beukt hij op de deur.
Hij schreeuwt, roept dingen naar me en ik hoop dat dit de laatste keer is.
Ik ga niet weg,
Hij wel, ooit.
Daar zorg ik wel voor.

 

Een paar uur later, eindelijk de moed om de deur open te doen en me hoofd om het hoekje te steken om te kijken of hij al weg is. Op mijn tenen naar de woonkamer naar het raam.
Gelukkig hij is weg. Wanneer zal hij terug komen?
Als ik glazig uit het grote raam staar zie ik een reflectie van mezelf. Halflang bruin haar een puntig neusje en groene ogen. Een schone huid door het al tien jaar geen make-up gebruik.
Als ik even knipper krijg ik een idee.
Kort blond haar, blauwe ogen en make-up.
Maar ik moet veranderen om dit leven achter me te kunnen laten.
Ik loop naar boven en val neer op het bed.
Eerst slapen en wachten welk idee ik morgen krijg.
Is dit het nieuwe begin?

 

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst uren in de spiegel heb gekeken.
Steeds kijk ik om, staat hij er? Komt hij terug? Zo ja wanneer?
Na vier keer de uitgeschoten lippenstift van mijn wang gehaald te hebben heb ik er genoeg van.
De doek belandt in een hoek en ik voel de drang om naar de keuken te lopen.
In mijn vuist voel ik de knop van de la met de scharen. Met een ruk trek ik deze open en een grote rode schaar glimt me tegemoet.
Ik pak hem vast en streel even het zilver en loop dan naar de spiegel.
Langzaam knip ik de voorste plukken eraf. bij elke knip voelde ik de pijn. zijn klappen, zijn ogen wanneer hij weer eens gebruik maakte van mijn lichaam.
Hoe vaak heb ik wel niet met een mes op zijn keel gelegd in zijn slaap? Of op mijn polsen als hij weg was?
Hoe vaak heb ik god gesmeekt om hulp terwijl ik niet eens gelovig ben?
Nogmaals kijk ik in de spiegel, een vrouw met aan de linkerkant een korte pluk en aan de andere kant een tot haar schouder kijkt me met tranen in haar ogen aan.
Plots zie ik hem.
Bij het raam, grijnzend kijkt hij me aan. Uit verwarring sla ik de spiegel in stukken en draai ik me om.
Hij is er nog steeds. snel ren ik naar boven en hoor hem schreeuwen dat hij me zal vermoorden.
Ik ga in bed liggen. Sla de armen om mijn knieën en wieg me langzaam in slaap.
Hij is zo weg, echt.
God alstublieft, haal hem weg. Ik smeek u, help..

 

De spiegel komt steeds dichterbij.
Bang voor wat er komen gaat kijk ik maar met een oog.
Tot mijn schrik komt er een onbekende voor mij in de weerspiegeling.
Nu is het haar min of meer op gelijke hoogte.
En blond, de huid is op sommige plekkenbedekt met lichte kleurtjes.
Precies is dat boekje.
Vinden mensen dit tegenwoordig mooi?
Van hem mocht het nooit ik moest er nooit proberen ouder uit te zien dan dat ik was.
Ik denk dat hij daarom Lotte…
Tranen, alle make-up loopt uit.
Een schreeuw uit mijn binnenste.
Ik zal het nooit vergeten, kan slechts doen alsof ik het heb vergeven
En dan wraak nemen.
Ik loop naar het kleine altaartje wat voor Lotte was.
Met haar foto in mijn hand dacht ik aan onze tijd samen.
Zo gelukkig, zo anders. Onbewust van alles wat er op de wereld was.
Tot hij in ons leven kwam.
Ik heb het mezelf nooit vergeven. Hoe kon ik blind zijn?
Tot die dag, de dag met die alles verklarende brief. Haar bloed ernaast.
Volgens hem was het beter.
Nooit vergeten. Nooit vergeven.
Wraak
facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*